Skip to main content

Omgeving


Landschap en zichtbaarheid
De plaatsing van grote turbines  heeft invloed op het landschapsbeeld ter plaatse. In het voorgestelde plan staan de windturbines in een relatief vlak en open gebied opgesteld. Aan de hand van visualisaties kan een beeld worden gegeven hoe het nieuwe windpark er uit zou kunnen komen te zien. Het zijn simulaties, maar geeft een zeer realistisch beeld van het windpark op basis van de huidige aannames.
 

Geluid
Draaiende windturbines maken geluid. Het geluid van windturbines kan als storend worden ervaren. Dit is mede afhankelijk van het type windturbine en de hoeveelheid achtergrondgeluid. Om geluidoverlast zoveel mogelijk te beperken zijn regels opgesteld.
Deze regels zeggen dat de geluidsbelasting van de windturbines op de gevel van woningen (en andere gevoelige bestemmingen) niet meer mag zijn dan:
 

  • 47 decibel (dB) Lden (jaargemiddelde van de dag, avond en nacht) en;
  • 41 decibel (dB) Lnight (jaargemiddelde geluidsniveau over alle nachten in een jaar).

hoe luid is een windturbine

 

Nadat de geluidcontouren inzichtelijk zijn gemaakt, wordt nagegaan welke woningen van derden zijn gelegen binnen deze contouren en wat de geluidniveaus ter plaatse van deze woningen zijn. Deze resultaten zijn van belang voor de beoordeling van alternatieven, de vertaling in het bestemmingsplan en voor de toetsing van de vergunningaanvragen.

Het geluidsniveau is objectief vast te stellen in decibels. Voor geluidshinder is dat veel moeilijker te registeren. Wat voor één persoon hinderlijk is, merkt een ander niet of nauwelijks op.

 

Slagschaduw
Met slagschaduw wordt de bewegende schaduw bedoeld die wordt veroorzaakt door de zon die op de draaiende rotor van de windturbine valt. Schaduweffecten van een draaiende windturbine kunnen hinder veroorzaken. De flikkerfrequentie, het contrast en de tijdsduur van blootstelling zijn van invloed op de mate van hinder die ondervonden kan worden.

Om hinder zoveel mogelijk te beperken, worden de turbines voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine uitschakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten. Het automatisch uitschakelen gebeurt wanneer de afstand tussen de turbine en de woning minder is dan twaalf maal de rotordiameter en er gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten slagschaduw optreedt.